Filter resultaten
Thema
Toon alles
Type
berichten gevonden
Monitor onderwijs
Onderwerpen

Onderwijs in Fryslân

Goed onderwijs is de basis voor een samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt en alle mensen de kans krijgen het beste uit zichzelf te halen. Een diploma biedt meer kans op een baan en een goede toekomst (Rijksoverheid, 2020). Daarom moeten kinderen in Nederland vanaf vijf jaar naar school, totdat ze een diploma (startkwalificatie) hebben of achttien jaar worden. Ook voor volwassenen wordt een leven lang leren steeds belangrijker om flexibel inzetbaar te blijven op de snel veranderende arbeidsmarkt.
Het onderwijsniveau in Fryslân is in de afgelopen jaren gestegen. In Fryslân is 27% van de 15–75-jarigen hoog opgeleid, ten opzichte van 18% in 2003.  Inwoners van Fryslân zijn wel minder hoog opgeleid dan landelijk, waar 32% van de 15-75 jarigen hoog opgeleid is (CBS, 2019).

De monitor Onderwijs biedt inzicht in het aantal leerlingen in Fryslân, de nabijheid van onderwijsinstellingen, het opleidingsniveau, de schooladviezen in het basisonderwijs, de op- en afstroom in het voortgezet onderwijs, sectoren van het mbo, het aantal voortijdig schoolverlaters en het aantal jongeren in praktijkonderwijs, speciaal onderwijs en entree-opleidingen.

Dalende leerlingenaantallen

De samenstelling van de Friese bevolking verandert. Er komen steeds meer 65-plussers (vergrijzing) en steeds minder kinderen en jongeren (ontgroening). Vooral door een daling van het geboortecijfer daalt het aantal leerlingen in het onderwijs. In 2010 gingen ruim 62.000 kinderen naar het basisonderwijs in Fryslân. In de afgelopen tien jaar is het aantal leerlingen met 10.000 gedaald (-16,3%). De leerlingendaling houdt naar verwachting aan tot 2025. Daarna wordt een lichte stijging verwacht.
De leerlingendaling heeft een grote invloed op de organisatie van het onderwijs. Scholen krijgen minder inkomsten en hebben minder klaslokalen en leraren nodig. Daarnaast stelt het rijk een ondergrens aan het aantal leerlingen op een school. Soms daalt het aantal leerlingen zo sterk dat een school moet sluiten. Het aantal basisscholen in Fryslân is sinds 2009 met meer dan 100 afgenomen. Ook een paar scholen voor voortgezet onderwijs hebben inmiddels hun deuren moeten sluiten.

i ?

Minder kinderen, minder onderwijslocaties

Fryslân is dunbevolkt in vergelijking met andere delen van Nederland. Dat betekent ook dat de scholendichtheid lager is en er minder scholen zijn om uit te kiezen. Gemiddeld konden kinderen in 2019 in Fryslân kiezen tussen 5,7 basisscholen binnen 3 kilometer afstand. Landelijk bestond de keuze uit 10,9 scholen. Voor het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen in Fryslân kiezen tussen 7,2 locaties binnen 10 kilometer (fietsafstand). Landelijk is dat 20,4 locaties. De meeste VO-scholen bieden niet alle onderwijssoorten aan. In sommige regio’s in Fryslân is de afstand tot een middelbare school met havo/vwo-aanbod groter dan 10 kilometer. Minder scholen en daarmee schoolsoorten in de nabijheid betekent een langere reisafstand en minder keuze voor ouders en het kind. Dit effect kan versterkt worden als er nu en in de toekomst VO-scholen worden gesloten vanwege dalende leerlingenaantallen.

i ?

Friezen minder hoog opgeleid

In Fryslân zijn – net als in de rest van het land – zowel hoogopgeleide mensen als goede vakkrachten nodig (WRR, 2013). Daarvoor is het belangrijk dat de inwoners van Fryslân het beste uit zichzelf halen. Het opleidingsniveau in Fryslân ligt al jaren lager dan het landelijk gemiddelde. Dat kan deels verklaard worden door het zeer beperkte aanbod van wetenschappelijk onderwijs in Fryslân. Veel studenten verhuizen naar buiten de provincie voor hun wetenschappelijke opleiding. Het aandeel leerlingen dat een vwo-diploma haalt is in Fryslân echter ook lager dan landelijk. Hier zijn vier mogelijke verklaringen voor: Friese ouders zijn lager opgeleid, de afstand tot een school met vwo-aanbod is in Fryslân groter, het ambitieniveau van ouders en leerkrachten lijkt in Fryslân lager te zijn en er is in Fryslân vaker sprake van onderadvisering (FSP, 2018).

i ?

Lagere schooladviezen in Fryslân

Kinderen met dezelfde talenten krijgen in het onderwijs niet altijd gelijke kansen (OCW, 2016). Leerlingen met laagopgeleide ouders krijgen vaker een lager schooladvies dan volgens hun leerprestaties verwacht mag worden. Sinds 2015 is het schooladvies van de leerkracht leidend bij de overgang van de basisschool naar de middelbare school. Op basis van leerprestaties, aanleg en ontwikkeling adviseert de leerkracht welk schoolniveau het kind het beste kan volgen. Vervolgens maken de kinderen een verplichte eindtoets. Als de uitslag op de eindtoets tenminste een half schoolniveau hoger is dan het eerder gegeven schooladvies, moet de basisschool het schooladvies heroverwegen. De basisschool kan in overleg met de ouders en leerling het schooladvies naar boven bijstellen, maar dit is niet verplicht. Friese kinderen krijgen vaker dan landelijk een lager advies van hun basisschool dan hun score op de eindtoets aan geeft. Vooral in Noordoost Fryslân komt dit vaak voor.

i ?

Met startkwalificatie meer kans op baan

Jongeren met een startkwalificatie hebben meer kans op een baan. Daarom wil de Rijksoverheid dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie halen. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of tenminste mbo-2. Een leerling die het onderwijs zonder startkwalificatie verlaat wordt een voortijdig schoolverlater genoemd. Het Rijk, gemeenten en scholen besteden extra aandacht aan deze jongeren om te voorkomen dat zij thuis komen te zitten (Rijksoverheid, 2018). In het schooljaar 2017-2018 verliet landelijk 1,9% van de jongeren de school voordat zij een startkwalificatie behalen. De meeste Friese gemeenten hebben relatief minder voortijdig schoolverlaters.

i ?

Jongeren in praktijkonderwijs, speciaal onderwijs en entree-opleidingen

Voor een deel van de jongeren is het moeilijker om zonder extra aandacht een startkwalificatie te behalen. Bijvoorbeeld omdat zij een handicap, chronische ziekte, sociaal-emotionele problemen of een stoornis hebben. Zij hebben meer specialistische of intensieve begeleiding nodig die geboden kan worden door het speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en de mbo-entree-opleidingen. Wanneer deze jongeren de overgang maken naar een vervolgopleiding of de arbeidsmarkt zijn zij vaak kwetsbaar. Daarom is het belangrijk dat zij in beeld zijn en zo goed mogelijk worden ondersteund (Rijksoverheid, 2018).

i ?

Meer weten?

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Zoekt u specifieke cijfers? We helpen u graag verder! Neem contact op met:

Sibilla Hoekstra MSc
Sibilla Hoekstra MSc Onderzoeker E-mail Sibilla LinkedIn 06 114 935 28
Sibilla Hoekstra MSc
Sibilla Hoekstra MSc Onderzoeker

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten