Filter resultaten
Thema
Toon alles
Type
berichten gevonden
Monitor Werk
Onderwerpen

Werk en arbeidspotentieel in Fryslân

Werk is belangrijk voor het welbevinden van mensen: werk verschaft inkomen, structureert de tijd, brengt sociale contacten met zich mee, biedt ontplooiingsmogelijkheden en kan leiden tot waardering (WRR, 2020).

Er is begrijpelijkerwijs veel aandacht voor werkgelegenheid en arbeidsmarkt, vanwege de coronacrisis en de achtereenvolgende lockdowns die als gevolg daarvan zijn ingevoerd. De algemene indruk is dat de gevolgen daarvan op de werkgelegenheid meevallen, in vergelijking met ramingen uit 2020. Toch is een aantal effecten wel zichtbaar. In deze monitor Werk geven we langjarige ontwikkelingen weer, gemeten op vaste meetmomenten en volgens een vaste methode. Veel van deze data zijn ook te vinden in de FSP-publicatie Leven in Fryslân, waarin ze ook worden geduid in opgaven voor de regio.

De vraag naar beschikbaar arbeidspotentieel in Fryslân is belangrijk, gezien de verwachte afname van de (potentiële) beroepsbevolking door een vergrijzende Friese bevolking. Het arbeidspotentieel bestaat uit mensen die de weg naar de arbeidsmarkt niet weten te vinden, zoals mensen met een WW-uitkering, een bijstandsuitkering en mensen met een arbeidsbeperking die willen en kunnen werken.

i ?

Het aantal banen in Fryslân

Het aantal banen in Fryslân is in 2020 voor het eerst sinds jaren afgenomen, met 1800 banen tot 300.699. Die afname is echter ongelijk verdeeld over de sectoren. In de sectoren Zorg- en welzijn en ICT groeide het aantal banen, terwijl in Industrie, vervoer en horeca de afname juist groter was dan gemiddeld.

De meeste banen in Fryslân zijn nog steeds te vinden in de zorg (56.070), gevolgd door de sectoren handel en reparatie (49.370) en industrie en delfstoffenwinning (37.650). In vergelijking met heel Nederland is in Fryslân het aantal banen in de industrie, landbouw en zorg relatief hoog.  Voor de sectoren zakelijke dienstverlening, handel, ICT en vervoer geldt het omgekeerde: het aantal banen in deze sectoren is in Fryslân relatief laag. De verzorgende werkgelegenheid (gericht op de provincie zelf) in Fryslân is relatief groot, de stuwende, die zich richt op de wereldmarkt, relatief klein. De industrie en de landbouw zijn belangrijke stuwende sectoren voor de werkgelegenheid in Fryslân.

In de werkgelegenheidsstructuur zijn regionale verschillen: Zo werken in Noordoost Fryslân relatief veel mensen in de bouw en industrie. In Noordwest Fryslân is de agrofood een belangrijke sector. In Leeuwarden is dat het openbaar bestuur en zakelijke dienstverlening. Op de Waddeneilanden: toerisme en horeca. Zuidoost Fryslân kent een relatief groot aandeel in de handel en gezondheidszorg.

i ?

Het aantal werkenden in Fryslân

De potentiële beroepsbevolking, oftewel alle inwoners van Fryslân van 15 tot 75 jaar, telde in 2020 484.000 mensen. Van de potentiële  beroepsbevolking bieden 339.000 mensen zich actief aan op de arbeidsmarkt; deze werkenden en werkzoekenden vormen samen de  beroepsbevolking. Van de beroepsbevolking hebben 326.000 mensen betaald werk. De overige 13.000 (3,8%) hebben geen betaald werk, maar zochten daar wel recent naar en zijn ook direct beschikbaar. Dit is de werkloze beroepsbevolking. Dat betekent dat de werkloosheid in het coronajaar 2020 hoger was dan een jaar daarvoor, maar even hoog als in Nederland.

In 2020 is de netto-arbeidsparticipatie in Fryslân 67 procent. Met name de arbeidsdeelname van vrouwen is in de afgelopen vijftien jaar sterk toegenomen, zowel landelijk als in Fryslân. Dat steeds meer mensen werken is hard nodig. Door vergrijzing en ontgroening is de verwachting dat Fryslân tot 2050 22 procent van de beroepsbevolking kwijtraakt. Er zijn dus steeds minder mensen beschikbaar voor de Friese arbeidsmarkt.

i ?

Werkloosheidsuitkeringen als trendbreuk

Iemand die werkloos raakt, kan een WW-uitkering aanvragen. In Fryslân waren er in 2020 10.887 mensen met een WW-uitkering. Na een hoogtepunt in 2014 daalde het aantal WW-uitkeringen in Fryslân tot vorig jaar. Door economische groei verloren minder mensen hun baan. In die zin is het aantal WW-uitkeringen van 2020 een trendbreuk. Veel coronagerelateerde werkloosheid is van korte duur gebleken. Uit onderzoek van UWV blijkt dat 61% van de werknemers die tussen maart en oktober 2020 hun baan verloren binnen een half jaar weer werk vond (UWV, 2021).

Een klein deel van de mensen met een WW-uitkering krijgt na het beëindigen van de WW-uitkering een bijstandsuitkering. De doorstroom naar de bijstand is hoger dan gemiddeld bij alleenstaanden en ouderen (Boerdam & De Vries, 2019).

i ?

Arbeidsbeperkten vormen een diverse groep

Niet iedereen is in staat te werken. De groep mensen met een arbeidsbeperking is divers en varieert van hoogopgeleiden met een lichte fysieke beperking tot mensen met een ernstige verstandelijke beperking zonder diploma. De arbeidsmogelijkheden van personen met een arbeidsbeperking lopen daardoor sterk uiteen. Mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen onder vier verschillende wetten vallen: de Wajong, WIA, WAO of de Participatiewet. De WAO is uitsluitend nog toegankelijk voor mensen die eerder een WAO-uitkering ontvingen en niet voor nieuwe aanvragen.

i ?

Wendbaarheid steeds belangrijker

De arbeidsmarkt verandert. De vraag naar arbeid flexibiliseert, werkgevers stellen steeds hogere eisen aan werkenden en door technologische ontwikkelingen verdwijnen banen en komen er weer andere bij. De opleiding, werkervaring en/of vaardigheden van werknemers en werkzoekenden sluiten dan ook niet altijd één-op-één aan op de functie-eisen van de werkgevers.

Voor de veerkracht van de regionale economie is wendbaarheid van de werkenden belangrijk. Dat opent ook meer mogelijkheden van de werkende zelf. De overheid stimuleert mensen daarom om te blijven leren, ook als ze al een baan hebben. Bepaalde groepen in de samenleving blijven echter achter in de deelname aan scholing. Uit landelijk onderzoek blijkt dat dit bijvoorbeeld geldt voor lager opgeleiden, ouderen, en mensen met een tijdelijk arbeidscontract (SER, 2019).

Ook in Fryslân blijkt dit zo te zijn. In 2021 gaf 62% van de hoogopgeleide inwoners van Fryslân van Panel Fryslân aan, een opleiding gevolgd te hebben voor het werk, terwijl dat voor lageropgeleiden maar 40% was. Zo’n scheidslijn loopt er ook naar leeftijd: 50+-ers leren het minst vaak bij via een scholingstraject op het werk. Wel blijkt dat de meeste werkenden die deelnemen aan scholingsmogelijkheden dat doen om zich te ontwikkelen en hun vaardigheden op peil te houden, en veel minder omdat zij verplicht waren om mee te doen. Dit zijn belangrijke inzichten voor zogenaamde Leven Lang Ontwikkelen programma’s.

Meer weten?

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Zoekt u specifieke cijfers? We helpen u graag verder! Neem contact op met:

Dr. Wouter Marchand
Dr. Wouter Marchand Onderzoeker E-mail Wouter LinkedIn 06 384 003 46
Dr. Wouter Marchand
Dr. Wouter Marchand Onderzoeker

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten