Filter resultaten
Thema
Toon alles
Type
berichten gevonden

Zo lang mogelijk zelfstandig met Wmo-ondersteuning?

Met de vergrijzing neemt naar verwachting ook de zorgvraag toe. In landelijke scenarioschetsen beschrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, 2018) hoe de zorgvraag zich in de toekomst kan ontwikkelen. Enkele verwachte ontwikkelingen zijn een forse toename in het aantal mensen met ouderdomsziekten en dat meer ouderen te kampen krijgen met meerdere aandoeningen. Dit is niet voor iedereen hetzelfde. In lijn met landelijk onderzoek laat de FSP-monitor Gezondheid zien dat lager opgeleiden relatief vaker kampen met een langdurige ziekte. De verwachting is dat samen met de algemene zorgvraag ook de vraag naar maatschappelijke ondersteuning vanuit gemeenten toeneemt.

Eerdere verkenningen van de toekomstige zorgvraag in Fryslân schetsen hetzelfde beeld (TNO, 2014). Verwacht wordt dat het absolute aantal ouderen met functioneringsproblemen groeit van 43.600 in 2012 naar ruim 70.000 in 2030. Daarbij gaat het merendeel over mobiliteitsproblemen zoals moeite met lopen, met het dragen van een tas of met opstaan. Dit betekent dat deze groep voor veel dagelijkse bezigheden waarschijnlijk afhankelijk is van vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en/of (mantel)zorg. Verkennend onderzoek naar het gebruik van sociale voorzieningen (FSP, 2017) ondersteunt dit beeld. In regio’s met vergrijzing en/of krimp maken relatief meer mensen gebruik van Wmo-ondersteuning.

Redden in het dagelijks leven

Veel 75-plussers geven aan dat zij altijd nog actief zijn in de samenleving en zich goed kunnen redden in het dagelijks leven, zo blijkt uit landelijk onderzoek van het SCP (2019). Bijna alle 75-plussers kampen met een chronische aandoening, lichamelijke beperking, geheugenproblemen of een psychische aandoening. Toch geven de meesten aan zich goed te kunnen redden. Ruim acht op de tien ouderen komen dagelijks buiten en ontmoeten regelmatig vrienden. Wel constateert het SCP dat de groep ouderen heel divers is en de behoefte aan zorg en ondersteuning varieert. Ook is niet iedereen even goed in staat om zelf zorg en ondersteuning te organiseren, in te kopen of via hun sociale netwerk te ontvangen.

Zelfstandig dankzij ondersteuning

Een aanzienlijk deel van de ouderen (85-plussers) ontvangt zorg en ondersteuning thuis. Dit blijkt uit landelijk onderzoek van het SCP (2019). Bij ongeveer de helft geven (ook) vrienden, familie en kennissen hulp. Een derde betaalt de hulp (deels) zelf.

Van de 75-plussers ontvangt ongeveer een kwart Wmo-ondersteuning. Uit grootschalig landelijk onderzoek (SCP, 2017) onder mensen met Wmo-ondersteuning blijkt dat de meerderheid (86%) inschat dat zij met geboden ondersteuning langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit beeld komt overeen met cijfers uit Friese Wmo-cliëntervaringsonderzoeken. In Fryslân geeft over de jaren 2015, 2016 en 2017 gemiddeld 83% van Wmo-cliënten aan zich redzamer te voelen dankzij de geboden ondersteuning. Dit beeld verschilt overigens wel per gemeente. Het blijft onduidelijk waar deze verschillen aan toe zijn te schrijven.

Verdiepend onderzoek blijft nodig

Een belangrijke tekortkoming van de Wmo-cliëntervaringsonderzoeken is dat deze geen volledig beeld geven van alle inwoners die maatschappelijke ondersteuning ontvangen. Mensen die gebruik maken van een zogeheten algemene voorziening blijven buiten beeld, zoals bijvoorbeeld een boodschappendienst, maaltijdverzorging of activiteiten in een buurthuis. Dit maakt het lastig om een beeld te krijgen van de mate waarin Wmo-ondersteuning daadwerkelijk bijdraagt aan betere redzaamheid en uiteindelijk het langer zelfstandig wonen onder de Wmo-cliënten.

Een ander aandachtspunt is dat beschikbare onderzoeken zich nog teveel toespitsen op de hele ouderenpopulatie. In plaats daarvan adviseert de Gezondheidsraad (2018) om verder onderzoek te focussen op drie aandachtsgroepen: ouderen met weinig hulpbronnen, ouderen die tijdelijk kwetsbaar zijn en zeer kwetsbare ouderen die afhankelijk zijn van intensieve zorg thuis. Dit maakt het mogelijk te achterhalen wat effectief is om ouderen langer thuis te laten wonen én rekening te houden met verschillende omstandigheden.

Derde aandachtspunt is dat bepaalde vormen van gebruik en niet-gebruik niet in beeld zijn. Zo is volgens het SCP (2019) weinig tot niets bekend over het gebruik van welzijnsvoorzieningen zoals een ontmoetingsplaats of een maaltijdvoorziening. Verder blijkt uit landelijke analyses van het gebruik van sociaal domein-voorzieningen (SCP, 2018) dat zogenaamde algemene voorzieningen niet (cijfermatig) in beeld zijn. Bovendien vallen mensen die niet (langer) een voorziening ontvangen of hiervan hebben afgezien vaak buiten de registratiecijfers.

Keimpe Anema LLM MSc
Keimpe Anema LLM MSc Onderzoeker

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten